Esmeralda Tijhoff

Some thoughts on History, Politics, and the Art of Living

Zeepbellen en universitaire speculanten

Op 9 mei 2012 publiceerde de Universiteitskrant van de Rijksuniversiteit Groningen een open brief van de PhD-Council van de Graduate School of the Humanities. Op deze blog vind je een gedeelte van de brief.

Lees de volledige brief hier.

 

Letteren moet bezuinigen. Hoe? Onder andere door promovendi in te zetten in het onderwijs. Een dure zeepbel, waarschuwt de PhD council van onderzoeksschool GSH.

Open brief PhD Council van de Graduate School of the Humanities

De bezuinigingen van de Faculteit der Letteren hebben geleid tot introductie van de zogenaamde docent-promovendus. Dit type promovendus is – zoals de naam al zegt – belast met onderwijstaken. De PhD Council van de Graduate School of the Humanities (GSH) vindt het belangrijk dat aio’s de onderwijservaring opdoen, maar zet vraagtekens bij dit beleid.

De discussie over het inkorten van promotietrajecten is in volle gang. Vijf toponderzoekers schreven in een open brief aan de UK al over de gevaren en de kortzichtige gedachte achter het inkorten van het PhD-traject van vier naar drie jaren (UK, 8 maart 2012).

Terwijl dit debat nog loopt, besloot het bestuur van de Faculteit der Letteren het aantal promoties per jaar te verhogen door de inzet van docent-promovendi met een vijfjarige aanstelling, bestaande uit 40 procent onderwijs en 60 procent onderzoek. Zowel het inkorten van de promotietrajecten tot 3 jaar effectieve (papieren) onderzoekstijd als de komst van docent-promovendusplekken is zorgwekkend. Het lijkt eerder een verkapte bezuinigingsmaatregel dan een streven naar toename van het aantal promotieplaatsen.

De faculteit rekent zichzelf rijk door uit te gaan van de rekensom dat minder onderzoekstijd voor promovendi en meer onderwijs door goedkopere (aio-) docenten, leidt tot meer rendement, snellere promoties en meer inkomsten. Maar om dit rendement te halen, moeten de sollicitanten ervaring hebben met het verzorgen van onderwijs én al begonnen zijn aan een onderzoek. Echter wat voor type onderwijservaring en hoeveel onderzoek er al gedaan moet zijn is niet bepaald.

De Council acht het ook kortzichtig te denken dat de docent-promovendusaanstellingen zullen leiden tot kwalitatief hoogwaardige proefschriften en een hoog rendement. Uit onderzoek blijkt dat het leeuwendeel van de promovendi in Nederland hun onderzoek niet heeft kunnen afronden binnen de gestelde termijn. Het ligt zodoende voor de hand dat druk-ingeroosterde en door onderwijs afgeleide docent-promovendi de gestelde termijn niet halen.

We kunnen niet anders dan concluderen dat de introductie van docent-promovendusaanstellingen een kortetermijn bezuinigingsoperatie is, die, ondanks de mooie frasering, de effectiviteit van het promotietraject eerder lijkt te ondermijnen dan te bevorderen. Rest ons nog de vraag wanneer deze zeepbel knapt.

 

Namens de PhD Council van de Graduate School of the Humanities,
Rimke Groenewold
Marieke Haan
Rika Plat
Johannes Kester
Martijn Boven
Esmeralda Tijhoff
Corien Wiersma

You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply