Esmeralda Tijhoff

Some thoughts on History, Politics, and the Art of Living

Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog: Mia Boissevain

Mia Boissevain, 1913.

De jongste van de gezusters Boissevain waar ik een groepsbiografie over schrijf, is Mia Boissevain(1878-1959). Als dochter van de steenrijke Jan Boissevain en Petronella Brugmans was zij onderdeel van het Amsterdamse patriciaat. Mia ontwikkelde zich tot een vrijgevochten vrouw. Na het behalen van haar proefschrift in de Biologie, sloot zij zich aan bij de vrouwenbeweging. In haar keuzes werd zij gedreven door een gevoel voor moderne rechtvaardigheid en het traditionele liefdadigheid vanuit standsbesef. Geconfronteerd met de Eerste Wereldoorlog, zette Mia zich in voor de Amsterdammers en de Belgen. In deze blog kun je een voorproefje lezen van haar verhaal.

 

Vrouwencomité

Tijdens een vakantie in Chaméry, een stad in de Franse Alpen, hoorde Mia het ontstellende nieuws van de moord in Sarajevo op Frans Ferdinand, de beoogde troonopvolger van Oostenrijk, en zijn echtgenote Sophie Chotek. Onwetend over de komende fatale ontwikkelingen, besloot zij enige tijd bij haar broer Karel in Genève te logeren. Op 28 juli 1914 vertrok ze weer richting Nederland. ‘s Ochtens 29 juli stond ze bij de Nederlandse grens en las in de Nederlandse kranten over het ultimatum van Oostenrijk aan Servië. ‘Verontwaardiging over Oostenrijks optreden was algemeen [onder de treinreizigers].’ schreef Mia hierover. Blijkbaar had zij, en met haar de rest van de inzittenden in de trein, een dergelijke uitkomst niet aan zien komen.

Mia had het geluk in een van de laatste treinen te zitten die de grens overreden. Deze werd kort daarna gesloten en veel van haar vrienden en bekenden die nog in het buitenland waren, hadden de grootste moeite Nederland nog te bereiken. Mia verbleef vervolgens bij haar broer Walrave in Noordwijk, die kort daarvoor met haar beste schoolvriendin was getrouwd. Samen wandelden ze door de duinen, starend over de zee, zich afvragend of Nederland ook in oorlog zou komen.

Op 4 augustus waren de Duitsers de grens bij Visé in België al gepasseerd. Rosa Manus, een goede vriendin van Mia, belde haar diezelfde avond op. In Amsterdam had zich reeds een vrouwencomité samengesteld die de taak op zich hadden genomen hulp te verlenen aan de talloze gezinnen van de gemobiliseerde die plotseling het weekloon of geregelde inkomsten zouden verliezen. Dit ‘Vrouwencomité tot hulpbetoon in tijd van Oorlogsgevaar’, opgericht 3 augustus 1914, hield zich onder andere bezig met het uitdelen van voedsel, de zorg voor zieken en het verzorgen van cursussen Eerste Hulp bij Ongelukken. Bovendien wilden de vrouwen klaarstaan om indien nodig het werk van de mannen over te nemen als de oorlog zou uitbreken en de mobilisatie de mannen zou onttrekken aan hun arbeid.

Mia Boissevain en Rosa Manus

België

Mia reisde terstond af naar Amsterdam om haar vrienden met de uitwerking van het Vrouwencomité bij te staan. Maar terwijl Mia zich stortte op de hulpverlening vanuit het vrouwencomité voor de Nederlandse gezinnen, liep Duitsland België al onder de voet. De Belgische weerstand werd ruw beantwoord met massa-executies van burgers waarbij hele dorpen in vlammen opgingen. De eerste stromen Belgische vluchtelingen trokken naar Nederland.

De berichtgeving maakten bij de pacifistische Mia een oorlogszuchtige sentiment los; zij wilde de Belgen terstond helpen en het Nederlandse leger op de Duitsers afsturen. ‘Het lot van België zou binnenkort ook ons lot kunnen zijn’, zo redeneerde Mia. ‘ België onder Duitse dominantie zou ook het einde van Nederland beteekenen.’ Daarom hekelde zij de neutrale houding van de Nederlandse politiek en stond zij ambivalent tegenover de vrouwen met wie zij samenwerkte. Dat waren vrouwen wiens mannen en zoons gemobiliseerd waren en die niets liever wensten dan Nederland buiten de oorlog te houden. Achteraf schreef Mia haar tegenstrijdige gevoelens en emoties toe aan een gering politiek inzicht, ‘- oorlogen worden [immers] niet louter uit ideële overwegingen ondernomen – en later ben ik dikwijls dankbaar geweest dat een kalme regeering, bijgestaan door een goed uitgerust leger het ergste voor ons land heeft weten te voorkomen.’

Naarmate het werk van het vrouwencomité stabiliseerde konden veel taken worden overgenomen door het grotere Amsterdamsche Steuncomité, waar veel mee samen werd gewerkt en waar Mia óók zitting in had genomen. Door het uitbreken van de oorlog waren grote groepen arbeiders werkloos geworden, en deze gezinnen dreigden tot de armenzorg veroordeeld te worden. Het Steuncomité wilde deze werklozen hulp bieden zodat zij niet bij de Burgerlijke Armenzorg hoefden aan te kloppen. Als hekkensluiter werd het Algemeen Steuncomité  opgericht door Treub. Dit comité stond onder patronage van Koningin Wilhelmina, die volgens Mia overigens ‘de plannen geheel alleen voorbereid had’. Maar de hulpverlening zou spoedig een nog veel grotere uitdaging krijgen.

Belgische vluchtelingen in Amsterdam 1914 bron IISG

Belgische vluchtelingen in Amsterdam 1914. Bron IISG

Belgische vluchtelingen

In oktober 1914 was Mia’s eigen huis in Bilthoven weer vrijgekomen en trok zij daar weer in. Ondertussen sloeg het noodlot voor België hard toe. Antwerpen kwam ten val, en bijna haar gehele bevolking sloeg op de vlucht richting Nederland. Mia wilde ook nu weer terstond noodhulp opzetten want, ‘Bij een zo massale ramp, voelde iedere Nederlander dat terstond hulp moest worden geboden.’ In totaal sloegen zo’n miljoen Belgen op de vlucht naar Nederland. Mia stapte op haar fiets gestapt om haar vrienden te vragen samen iets op te zetten voor de Belgen.

Het eerste plan dat zij opvatten was om al hun vrienden te vragen om hun auto beschikbaar te stellen om levensmiddelen naar Bergen op Zoom te brengen waar een grote massa vluchtelingen was neergestreken, en om dan een zo groot mogelijke aantal gezinnen mee terug te nemen voor opvang in Bilthoven. Met dit verzoek richtten Mia en haar vriendinnen zich tot de burgermeester, Baron van Heemstra, die hen maar al te graag ontving. Geheel in lijn met de toenmalige gedachtegang dat hulpverlening geen zaak van de overheid was, maar behoorde tot het domein van de particuliere liefdadigheid, stelde hij Mia en haar welgestelde vriendinnen in als leidsters voor de huisvesting van de vluchtelingen in een nieuwe loods. De vrouwen mochten zelf bepalen hoeveel vluchtelingen zij daar zouden plaatsen en zij moesten zelf de bedden en het beddengoed zien te regelen.

Mia en haar vrienden hadden ondertussen flink wat ervaring in het organiseren van steun en vingen ook nu met een grote daadkracht aan. Zij besloten honderd vluchtelingen op te vangen in de loods. De goederen werden ingezameld door deur aan deur langs te gaan en burgers te vragen bedden en beddengoed tijdelijk te willen afstaan voor de opvang van de Belgen. De respons van de lokale bevolking was volgens Mia overweldigend positief en enkele lokale boeren boden aan om met paard en wagen de goederen bij de mensen thuis ophalen.  Het Rode Kruis onder leiding van mevrouw De Koning-Titsingh verzorgde de inventaris voor het bereiden en consumeren van voedsel en vulde eventuele tekorten in de voorraad slaapmateriaal aan.

Belgische vluchtelingen bij de trein

Belgische vluchtelingen bij de trein

De Belgen zouden per trein naar Utrecht komen, alwaar zij verdeeld werden over de gemeenten. Bilthoven had drie grote tourbussen met ieder 40 zitplaatsen gehuurd om de vluchtelingen vanuit Utrecht verder te vervoeren. Mia stond op het perron te Utrecht toen de trein met de Belgen ’s avonds binnenrolde. Zij trof een groep verwarde, slaperige en verwilderde gezinnen aan waarvan zij het deel dat aan Bilthoven was toegewezen naar de bussen moest dirigeren. In Bilthoven stond de burgermeester met zijn vrouw de groep ‘vermoeide en verstijfde menschen met hun kinderen tegen zich aangedrukt’ al op te wachten bij de loods. De soep was warm, het brood belegt met kaas, en na het eten wachtte hen rijen aan rijen schone bedden. De eerste in allerijl opgetrokken opvang door de lokale bevolking voldeed voorlopig, en Mia’s eigen verslag eindigt met deze positieve toon. Dat de loods nieuw in gebruik was genomen, wilde echter natuurlijk niet zeggen dat het er goed toeven was voor de Belgen. Een loods is niet berekend op de opvang van honderd mensen, dus het laat zich raden dat het er tochtig en nat was, met een gebrek aan voldoende sanitaire voorzieningen en privacy. De loods was voor langere opvang niet geschikt.

Mia zelf nam die avond een gezin van zeven Belgen mee naar huis voor wie geen bedden meer over waren in de loods. Drie onbekende Franstalige volwassenen en vier jongens hadden zij en haar dienstbode Coba met  diens jonge kind zo te logeren. De vader en een jonge vrouw die mee was trok na een aantal dagen weer terug naar Antwerpen om hun werk op de Groote Bazaar aldaar weer op te pakken. De oudste zoon van 17 jaar reisde via Engeland naar Frankrijk om daar zijn dienstplicht waar te nemen. De overige jongens bleven de winter in Bilthoven en bezochten daar de school.

huize Boschzicht

Huize Boschzicht, de Bilt

Ondertussen kantelde de gastvrijheid van veel Nederlanders. De noodopvang van grote aantallen mensen bracht problemen met zich mee, en men begon de terugkeer van de Belgen te eisen. Ook werd er door de Duitsers een groot hek dat onder 2000 volt stond gebouwd langs de Belgische grens, zodat er niet nog meer vluchtelingen, smokkelaars en spionnen de oversteek konden maken. De Nederlandse regering liet de bouw van het hek begaan. Slechts iets meer dan 100.000 vluchtelingen zouden tot het einde van de oorlog in Nederland blijven.

Ondanks Mia’s tijdelijke oorlogszuchtige neiging, bleef zij toch trouw aan haar pacifistische idealen. Zij hielp haar vriendin Aletta Jacobs dan ook mee bij het organiseren van het Internation Women’s Congres for Permanent Peace, dat in 1915 in Den Haag op diens initiatief werd gehouden. Over dit congres kun je straks meer lezen in mijn proefschrift over de gezusters Boissevain!

Vrouwenvredescongres den haag 1915

 

  • afbeeldingen afkomstig uit Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis (Collectie IAV)

 

You can leave a response, or trackback from your own site.

2 Responses to “Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog: Mia Boissevain”

  1. […] Esmeralda Tijhoff: Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog Mia Boissevain […]

  2. […] de vredesbeweging. Mia organiseerde samen met wat hooggeplaatste plaatsgenoten de noodopvang voor Belgische vluchtelingen in Naarden. Samen met Rosa Manus en Aletta Jacobs organiseerden ze ook het Internationaal Congres […]

Leave a Reply