Esmeralda Tijhoff

Some thoughts on History, Politics, and the Art of Living

(Niet) het scherpste mes uit de la

Is klasse nog een ding? Collega’s om mij heen vinden vaak van niet, maar ik hoor regelmatig neerbuigende opmerkingen die nooit ‘zo bedoeld zijn’, rollende ogen die ik ‘niet zo moet zien’, en grapjes die ik ‘gewoon niet begrijp’. Grapjes over een gebrek aan kennis die zij als vanzelfsprekend zien. Maar die kennis en etiquette is alleen gangbaar binnen de (intellectuele) elite, dus hoe moet ik die nou kennen? Binnen de universiteit functioneert de klasse van mijn achtergrond als een handicap. Nu ik mij oriënteer naar een nieuwe baan na mijn promotie, komt die klasse ook keihard naar voren. Mijn oude vriend Tristam heeft zijn ervaring onlangs heel helder op papier gezet. En ik mag deze tekst van hem delen! 


 

(Niet) het scherpste mes uit de la

Door Tristam Godfried Rooyenstein

Vierkante ogen struinen met gehaaste spoed van vacature naar vacature en van website naar website. Iedere keer, en vanaf dat moment splitst mijn persoonlijkheid zich in tweeën en word ik getrakteerd op een freefight gevecht in de bovenkamers van mijn hoofd die elke keer eindigt in een remise. ‘Solliciteer nu eens op een academische functie met een bij behorend goed salaris! Een “grote mensen baan, roept de één. ‘Een “grote mensen baan”?’, vraagt de ander. ‘Dus al die andere banen zijn niet serieus te nemen?’ ‘Nee, dat bedoel ik niet te zeggen, maar je weet hoe mensen om je heen, die inmiddels aardig wat pasje op de ladder hebben gemaakt, zich uit laten over zij die beneden zijn achter gelaten. Het geeft je in ieder geval rust! Je weet dan zeker dat je serieus wordt genomen!’ ‘Ach,’ zegt de ander, ‘dat valt echt reuze mee. Volg je hart en probeer van je hobby, je werk te maken en om met een (niet-academische) parttime baan je rekeningen te betalen.’

Ik luister vermoeid maar aandachtig naar beide bekvechters. Tja, hoe vaak wordt de ‘kleine mensen baan’ gekwalificeerd als: dom en onnozel, die ook nog eens deprimerend is. En dat men nu de stap naar ‘een grote mensen baan’ heeft gezet. Of wordt er gniffelend gefluisterd: ‘niet de scherpste messen uit de la.’ Gymnasiasten die vertellen over afZAKKEN naar het VWO, wat niet kan want het gymnasium is het VWO, net zoals het atheneum dat is. Of de persoon die je altijd hebt bijgestaan in moeilijke tijden van de bacheloropleiding, die toen luidkeels en met opgeheven hoofd (terwijl jij het op dat moment nog niet had gehaald) riep: ‘Nou we zitten in ieder geval niet in elkaars vaarwater hoor, want ik heb mijn bachelor in ieder geval wél al gehaald.’ Met vaarwater wordt vrij vertaald ‘klasse’ bedoeld. Of neem de zogenaamd bescheiden mensen die tussen neus en lippen door vertellen dat ze nu ze een leidinggevende positie hebben, en even nieuwe (meer autoriteit uitstralende) kleding moeten scoren in de stad. Want op basis van kleding moet natuurlijk direct duidelijk zijn wie de meerdere is, en tot welke klasse je behoort.

Van dit nare gevoel ben je dus in een keer af als je ook op een zogenaamd ‘hogere’ functie wordt aangenomen. Moet ik hier dan toch op solliciteren? Terwijl ik er over nadenk, hoor ik een doffe klap. Dit keer geen remise, geen cognitieve dissonantie reductie. Dit keer wint zingeving het van angst. Ik ga mij focussen op mijn hobby’s: muziek en zoveel mogelijk mensen warm maken voor geschiedenis. Ik neem voor lief dat ik hierdoor mijn geld moet verdienen door werk te doen waar anderen misschien hun neus voor ophalen. De angst dat ik niet als gelijkwaardig word gezien of misschien helemaal niet serieus zal worden genomen, verdwijnt in de prullenbak. Voor goed!

 


 

On a Plate by Toby Morris, publised on The Wireless

 

You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply