Esmeralda Tijhoff

Some thoughts on History, Politics, and the Art of Living

Inspraak bij de gemeenteraad van Amsterdam ter behoud van de ADM

De ADM dreigt opnieuw te verdwijnen. Onlangs verloren ze een rechtszaak waardoor ontruiming ineens gevaarlijk dichtbij is gekomen. De bewoners houden zich staande en verzetten zich tegen het verdwijnen van dit laatste stukje vrije Amsterdam. Zij spraken op de gemeenteraadsvergadering, en hun lezingen mocht ik integraal overnemen zodat we allemaal kunnen lezen waarom de ADM moet blijven. 


Teken de petitie


Burgemeester van Amsterdam Eberhart van der Laan: Wij vragen u dringend om de culturele vrijhaven ADM te behouden.


Lees meer over de ADM

De ADM van Jan Boissevain
Natuurgebied ADM

 


Inspraak gemeenteraadscommissie Werk & Economie (5 juli 2017)
=========================

door Hay Schoolmeesters

Geachte wethouder, geachte commissieleden,

Het is mij telkens weer een genoegen om in Amsterdam’s meest fundamentele dispositieparadijs acte de presence te geven,
hetgeen echter enkel voorkomt in het geval zich daartoe een noodzaak voordoet,
die altijd gepraamd wordt door de mogelijkheid dat de gemeente dreigt te ontsporen in het kwijten van haar taak als hoeder van het publiek belang.
En dàt is aan de hand wanneer het gaat om de toekomstige ontwikkeling van het ADM terrein

De voorgesorteerde lijn die het college aan de raad laat zien in haar brief van 18 mei j.l. getuigt niet van een strategie die het algemeen belang van Amsterdam gaat dienen of beter maakt.
Sterker nog, door het wellicht bewust weglaten van informatie, het verdraaien van feiten, het onvoldoende onderzoek doen en het foutief voorspiegelen van effecten van de ingezette koers, dreigt Amsterdam aan te lopen tegen een verlies van honderden miljoenen euro’s.

De crux van het verhaal ADM zit in de vraag of het door Chidda Vastgoed BV gepresenteerde ontwikkelingsplan met Koole Maritiem BV al dan niet past binnen de privaatrechtelijke bestemmingsbeperking scheepswerf van het koopcontract.
De activiteiten van Koole passen volgens hun eigen trackrecord niet binnen de scheepswerf beperking, omdat het niet om schepen bouwen gaat maar om opslag, slopen, asbestsaneren, berging en incidenteel een servicebeurtje aan een schip.
De slotsom van het college in haar brief van 18 mei aan de raad is echter dat plan wel lijkt te passen.
Het is aan de raad om via toetsing te bepalen of het plan binnen de bestemmingsbeperking scheepswerf past.
Indien de raad de richting van het college volgt, kan Chidda Vastgoed BV haar plan doorvoeren en verdwijnt de bestemmingsbeperking of deze wordt op zijn minst opgerekt.
Dit veroorzaakt een meerwaarde die kan oplopen tot ± 70 miljoen euro.
Deze overwaarde komt NIET aan een malafide vastgoed organisatie toe maar aan de gemeente Amsterdam.

Buiten dit directe financiële belang zijn er bij onjuiste en dus verwijtbare interpretatie van het kettingbeding én toestemming in de voorgestelde ontwikkeling de volgende overwegingen significant:
• de gemeente verliest de regie over en de grip op het terrein van 42 hectare op een van de meest strategische lokaties in de Amsterdamse haven, direct aan het Noordzeekanaal met aanmeer faciliteiten voor grote schepen.
• de gemeente verspeelt de supervisie over wat er op het terrein in de toekomst gebeurt, met andere woorden hoe dat zich verhoudt tot omringende terreinen en andere gemeentelijke doelstellingen of visies over de ontwikkeling van de haven.
• de gemeente verbeurt een relevant stuk grond en water dat in de toekomst wellicht voor andere doelen of Amsterdamse problemen ingezet zou kunnen worden (herplaatsing havenbedrijven ten gunste van woningbouw (Cargill, Oranjewerf, Akzo Nobel etc.). Daarmee kan het zijn dat tegen de tijd dat dergelijke verhuizingen plaats moeten vinden de gemeente de hoofdprijs voor uitplaatsing betaald hetgeen makkelijk kan oplopen tot honderden miljoenen.
• de gemeente doet direct zaken met een bedrijf (Chidda) dat op zijn minst gezegd als dubieus kan worden beschouwd. Het in dit bedrijf zittende kapitaal is vergaard op basis van oneigenlijke vastgoedtransacties door dhr. Lüske tussen 1980 en 2003.
• de gemeente laat een kans schieten om het terrein zelf te exploiteren en de revenuen daarvan in te nemen tot in de lengte der dagen
• en natuurlijk verliest Amsterdam de laatste grote vrijplaats met grote nationale en internationale culturele uitstraling via de 125 makers en Robodock, van Christiania tot Burning Man.

En Koole Maritiem ? Die hoeft niet noodzakelijkerwijs op het ADM terrein te zitten, als de haven er wat aan gelegen is het bedrijf met werkgelegenheid voor enkel 25 mensen en niet meer, naar Amsterdam te halen, dan kan dat op talloze andere lokaties.

En Chidda ? Die heeft nooit wat ontwikkeld, nog niets eens een klein gebouw, laat staan 42ha. Sterker nog, wij kennen Chidda enkel als sloper. Als Doornroosje wordt zij na 20 jaar wakker maar anders dan Doornroosje meent zij met een fakeplan zonder noodzaak op termijn te kunnen cashen.

Dit overziend lijkt het er op dat het college zich onvoldoende heeft verdiept in de materie en wellicht onvoldoende is geïnformeerd door bijv. het cluster Ruimte en Economie, afdeling Grond en Ontwikkeling en het Ingenieursbureau.

Het niet handhaven van het kettingbeding in deze situatie past niet bij een intelligente stad die een grootstedelijke visie heeft voor het wel en wee van de stad voor de komende 25 jaar.

Tot slot koop het terrein, druk de prijs door handhaving kettingbeding, ontwikkel zelf een strategie, bespaar een enorme bak geld en koester tot die tijd de vrijhaven ADM.


Alles van Waarde is Weerloos

door Suwanne Jo

Inspraak gemeenteraadscommissie Werk & Economie (5 juli 2017)

Geachte commissieleden en wethouder,

De titel van mijn inspraak is: “Alles van Waarde is Weerloos” (geschreven door de dichter Lucebert, geboren in Amsterdam).

Vandaag staat de ADM wederom op uw agenda. De hamvraag is: gaat de gemeente zaken doen met het sloopbedrijf Koole en de louche firma Chidda Vastgoed, en daarmee de ontruiming van de ADM faciliteren?

U als commissieleden, hebt als taak op te komen voor de belangen van de inwoners van deze stad. En ik heb het gevoel dat wij als zodanig een ondergeschoven kindje zijn in de discussie die hier over de ADM gevoerd wordt, en ook in de onderhandelingen over een eventuele ontruiming worden we niet erkend. “Er is geen plaats voor jullie in Amsterdam en ook geen geld beschikbaar voor een verplaatsing naar elders.”

 

Als ik denk over de vraag wat de ADM voor mij is, is het antwoord: “Het is een thuis-haven, een regel-luwe zone, waar innovatie- en recycling noodzaak is, en waar we onze eigen normen en waarden creëren. Een plek waar je jezelf kunt en mag zijn, waar we onze eigen economie hebben ontwikkeld, waar we improviseren met tijd en geld, en een plek waar we als zelfgekozen familie voor elkaar zorgen en elkaar helpen.
Een uniek levend experiment, wat bekendheid geniet en geroemd wordt over de hele wereld.”

Wat mij in de hele discussie over de ADM het meest stoort, is dat we vaak weggezet worden als “die krakers”, en omdat kraken verboden is geworden in 2010, daarom geen rechten meer zouden hebben.
OK, het is een feit dat we de ADM indertijd gekraakt hebben, en ik was een van hen. Maar de oorspronkelijke groep van 15 krakers is inmiddels uitgegroeid tot 125 bewoners, waarvan 25 kinderen.
Mijn vraag is: “Kun je kinderen geboren op de ADM, en waarvan sommigen inmiddels volwassen zijn, nog gewetensvol ‘krakers’ noemen?”
Verder wil ik ook nog hieraan toevoegen dat de rechtbank onlangs geoordeeld heeft, dat WIJ beschouwd moeten worden als de wettelijke bezitters van de ADM.

In bijna 20 jaar tijd is de ADM uitgegroeid tot een volwaardige gemeenschap, een nederzetting, zoals Amsterdam ook ooit begonnen is, op een stuk ongebruikt land.

Toen we op de ADM aanmeerden in ’97 met de Papillon, troffen we een desolate scheepswerf aan, waar alle ramen van de gebouwen ingegooid waren, de koperen leidingen en electriciteitskabels gestript waren, en de bomen waren omgehakt.
We hebben het terrein op allerlei manieren leefbaar gemaakt; we hebben water-, en stroom-leidingen, internet en wegen aangelegd, daken gerepareerd, en er 200 zonnepanelen op geplaatst, en ook een gezamenlijke permacultuur-tuin aangelegd.

Met onze eigen middelen en zonder één cent subsidie is de ADM nu een plek waar we jaarlijks festivals, workshops, concerten en bijeenkomsten organiseren. Gedurende de afgelopen 20 jaar hebben we zo’n 200.000 bezoekers mogen ontvangen, en de ADM website trekt nu zo’n 10.000 bezoekers per maand.
We zijn onlangs een petitie gestart, welke de burgemeester oproept om de Culturele Vrijhaven van ADM te behouden. Deze is bijna door 15.000 mensen getekend.

De ADM is voor ons, en velen met ons, een inspirerende en groene oase voor de hedendaagse scharrelmens, waard om gekoesterd te worden

Dank u wel voor uw aandacht

en

Viva ADM!

 


Inspraak bij de gemeenteraad.

Door Maik ter Veer.

Geacht college en beste raadsleden,

Mijn naam is Maik ter Veer, bewoner van het ADM terrein en organisator van Stichting Robodock. Op 27 augustus 1998 stond ik hier ook, toen vanwege een raadsadres waarin wethouder Stadig werd opgeroepen een constructief vestigingsbeleid te voeren voor de vele ondernemers en kunstenaars die uit hun panden werden verdrongen voor de grote vastgoedambities van projectontwikkelaars. De Graansilo, Vrieshuis e.v.a. Dit belangrijke raadsadres was de start van het huidige broedplaatsenbeleid en het eerste politieke manifest van Robodock in 1998.

Door het onterechte verlies van culturele vrijplaats de Graansilo en op advies van de hoge ambtenarij verhuisden de geweldloze Siloten naar het ADM terrein. Daar werden wij al snel op zeer gewelddadige wijze geconfronteerd met de eigenaar, Bertus Luske, die met een gigantische graafmachine en in bijzijn van een grote knokploeg het halve ADM pand kapot beukte terwijl er binnen mensen lagen te slapen.

Als reactie ontstond het eerste fysieke manifest Robodock. Kunst als culturele zelfverdediging!

Na een zestal succesvolle manifestaties verhuisde het 8e festival in 2005 op uitnodiging van de directeur naar broedplaats Kinetisch Noord op de NDSM. Dit om de onzekerheid van de ADM te overleven en daarnaast de professionalisering en continuïteit van de geroemde Robodock beleving bedrijfsmatig te waarborgen. Vergelijk het met een Cirque de Soleil ambitie.

Op de NDSM groeide Robodock snel uit tot een internationaal ongeëvenaard kunst spektakel met grote shows van onder andere Burning Man en zette het NDSM op de wereldkaart!. Grote ondernemingen als MTV kwam er op af. De omzet groeide in de eerste tien jaar tot ver boven de miljoen euro en dat zonder kunstenplan subsidie.

De samenwerking met directie Kinetisch Noord was veelal moeizaam. Robodock werd geconfronteerd met een serie onverwachte huurverhogingen maar vooral, na het opstappen van de directeur, met de onterechte sluiting van de Docklandhal, zogenaamd in verband met asbest. Het mogelijke alternatief, de naastgelegen Lasloods, werd echter voor 1 euro aan projectontwikkelaar Biesterbosch van Mediawharf verkocht. De schade was enorm en het bedrijf Robodock ging onderuit. Extra bitter is in dit kader dat deze Lasloods nu, 8 jaar later, nog steeds ongebruikt leegstaat.

In 2010 herrees Robodock weer uit de as als biënnale met de Fenix opera. De nieuwe directeur van Kinetisch Noord bood Robodoc een vrij kavel met subsidie aan en daarmee een duurzame toekomst. Het kavel was het tweede biënnale plan. Maar nog voor de contracten getekend waren vond er wederom een directeurswissel plaats. Er moest plots gesaneerd worden en de toegekende kavelsubsidie werd ingetrokken. Robodock was niet meer welkom. Noodgedwongen migreerde de ziel van Robodock daarom terug naar de “onderwereld” van de ADM en plantte het boompje Ygdrassil in het gevelgat van Bertus Lüske.

Robodock is na het startschot in augustis ’98 altijd actief betrokken gebleven bij de totstandkoming van het broedplaatsenbeleid
Robodock heeft vaak bewezen van enorme waarde te zijn voor de stad maar staat met lege handen. Vanwege zware problemen met mijn persoonlijke gezondheid ben ik een aantal jaren bezig geweest hiervan te herstellen en is Robodock wat in de luwte gebleven.

Nu, beste leden van de raad, sta ik hier weer. Weer moet ik op de bres voor het behoud van de culturele vrijplaatsen van Amsterdam.
De bal ligt bij u. Gaat u de ADM ontruimen en staat Robodock nogmaals op straat? of erkent u de politieke, economische en culturele waarde die Robodock vertegenwoordigd?

Graag zou ik daarom de burgemeester en wethouder willen vragen om een persoonlijk gesprek. Daarnaast wil ik graag de gehele commissie uitnodigen voor een Robodock presentatie op 20 september. Zodoende kunt u zich met nieuwe informatie over bovenstaande een evenwichtig oordeel geven over het bestaansrecht van Robodock en het ADM in Amsterdam.

Wethouder Stadig schudde overigens nooit de hand van mijnheer Lüske. Doet deze wethouder dat wel?

Dank voor uw aandacht.

Met vriendelijke groet,

Maik ter Veer
Stichting Robodock


 

Inspraak gemeenteraadscommissie Werk & Economie (5 juli 2017)
door: Durk
Geachte Commissieleden,

Wat is een kettingbeding?

Een kettingbeding is een contractuele bepaling die onverkort van kracht blijft, hoe vaak dat contract ook wordt doorverkocht. Kettingbedingen worden vaak toegepast bij de verkoop van onroerend goed wanneer de verkoper bepaalde rechten over het verkochte wil behouden. Vanzelfsprekend gaat de prijs van het verkochte daarbij omlaag, omdat niet het volledige beschikkingsrecht wordt verkocht maar slechts een deel daarvan.

De Hoge Raad bevestigt in 2004 dat gemeente amsterdam via het koopcontract contractueel partner is met de houders van het eigendom van het ADM terrein. Daarbij bepaalde de Hoge Raad verder dat gemeente amsterdam niet alleen het volste recht maar ook de plicht heeft om aan het ‘scheepswerf-kettingbeding’ vast te houden, omdat de gemeente ‘verantwoord dient om te gaan met de haar ter beschikking staande (financiële) middelen’ (HR, 2004).

Dan nu: De Uitleg.

Bij de uitleg van de inhoud van een contract moet niet alleen de letterlijke tekst van het contract in overweging genomen worden, maar ook de verwachtingen en bedoelingen die de partijen hadden ten tijde van de ondertekening (Hoge Raad, 1982). In het geval van het ADM-terrein gaat het dan om het jaar 1970.

Toen in 1970 de gemeente het terrein aan de ADM-werf verkocht, zijn in het koopcontract zo’n 22 speciale bepalingen opgenomen. Omdat het om zogenaamde ‘kettingbedingen’ gaat, blijven deze bepalingen van kracht als het terrein verkocht wordt en gelden ze dus nu ook voor de erven Luske.. De belangrijkste van deze ‘kettingbedingen’ zijn art. 20 (gemeente houdt eerste recht van terugkoop), en vooral art. 2, waarin het bedrijf omschreven wordt waarvoor het terrein bedoeld (bestemd) is. (‘…Het terrein is bestemd voor een bedrijf dat…’). De bedoeling van deze bepalingen was om ervoor te zorgen dat het terrein door de ADM-werf gebruikt kon worden maar niet verhandeld. (Dat en hoe dit toch gebeurde is een uiterst interessant verhaal waar ik het graag een andere keer met u over heb).

In 1970 was de ADM een enorm bedrijf met duizenden werknemers dat in de jaren 50/60 goede zaken deed. Rond 1970 werd de buitenlandse concurrentie steeds groter en vele banen leken te moeten verdwijnen. Dat is de achtergrond waartegen en de reden waarom het terrein voor een schijntje (700.000 euro voor 43 hA) door de gemeente aan de ADM verkocht werd (zij het onder strenge voorwaarden). Subsidie voor het behoudt van banen, zo stelde het college toen.

De ADM, zo blijkt uit de vele en makkelijk te vinden bronnen, was een bedrijf met duizenden werknemers dat schepen bouwde ( tussen 1950 en 1965 bouwde de ADM 22 nieuwe schepen voor de zeevaart (100 jaar ADM, 1977), schepen repareerde, en werktuigen en machines fabriceerde (de afdeling machinebouw nam rond 1970 ongeveer de helft van de capaciteit in beslag). De ADM exploiteerde daarbij meerdere droogdokken en scheepswerven en fabrieken die daar bij horen (scheepsschroeven, sloepenbouw etc.) en deed veel van de noodzakelijke ondersteunende werkzaamheden in eigen beheer.

Acte Van Eigendom, 1970:

‘Art. 2
Bestemming

Het terrein I is bestemd voor het daarop vestigen van een bedrijf, dat ten doel heeft het herstellen en bouwen van schepen, machines en werktuigen met alles wat daartoe behoort, het exploiteren van droogdokken, scheepswerven en de daaraan inhaerente fabrieken en het verrichten van alle handelingen, welke in de ruimste zin daarmee in verband staan, daaruit voortvloeien of daaraan bevorderlijk kunnen zijn.’

Zoals u kunt zien betreft dit simpelweg een omschrijving van de toenmalige ADM-werf. Dat betekent dat het een eigenaar niet is toegestaan een bedrijf op het terrein te vestigen dat niet aan bovenstaande beschrijving voldoet.

In het antwoord dat het college op vraag 24 geeft wordt art. 2 een ‘opsomming van toegestane activiteiten’ genoemd, wat zowel juridisch als grammaticaal volledig de plank mis slaat. Deze ‘opsomming’ zou ook nog eens ‘niet limitatief’ zijn (‘limitatief’ is in juridische taal het tegenovergestelde van ‘enuntiatief’. Dat zou betekenen dat naast de in art.2 genoemde activiteiten ook andere activiteiten op het terrein mogelijk zijn.). Afgezien van het feit dat van een opsomming geen sprake is, worden niet-limitatieve opsommingen gekenmerkt door woorden als ‘onder andere’, ‘onder meer’, ‘zoals’ , etcetera. Dus zelfs als men art 2 wil lezen als een ‘opsomming van toegestane activiteiten’, dan is er geen enkele aanleiding om aan te nemen dat die niet limitatief zou zijn.

Maar, nogmaals, leest u zelf, art. 2 is gewoon een omschrijving van het type bedrijf dat men op dit terrein mag vestigen. E ja, dat is nogal limitatief. En zo is het ook bedoeld in 1970.

You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply