Esmeralda Tijhoff

Some thoughts on History, Politics, and the Art of Living

Het monster Depressie nam mijn vriendin mee

Het leven kan prachtig zijn. Het leven kan zwart, diep diep zwart zijn. Kort geleden verloor ik een vriendin aan die zwartgalligheid. Aan dat monster dat ze met zich meezeulde. Aan dat grote beest Depressie. En het Leven is ironisch. Want ik was juist het hoofdstuk aan het herschrijven over een vrouw die precies aan zo’n monster haar leven verloor in 1916. De ziekte is van alle tijden en is al net zo lang onbegrepen. Daarom moet ik dit schrijven. Deze te persoonlijke blog over één van de meest onbegrepen ziektes.

Een depressie, wat is dat? Ken ik dat? Ja, volgens de psycholoog ken ik dat. Want een burn-out valt in die categorie en daar heb ik jaren mee geworsteld. Maar depressies komen in verschillende vormen. Mijn vriendin kende de ziekte al heel lang. Te lang. En ze hield hem liever verborgen als ik er was, want dan wilde ze vrolijk doen. Leuk doen. Zoals toen we als tieners waren; gekke dingen doen en lange verhalen vertellen. Maar de donkere wolken kon ze niet van zich af schudden. Ze waren aan haar vast geplakt met de beste seconde lijm. Een zwaar anker, nee, gevangene ketting en bal, dat ze overal onzichtbaar met zich mee sleurde. Ze zocht en kreeg hulp. Ze zocht en kreeg medicatie. Maar het schoot tekort.

Wat was ik boos toen ik hoorde wat ze had gedaan. Zo’n sterke vrouw. Zo jong. Ik dacht nog: wat een slechte grap. Ongeloof. Boosheid. Daarna verdriet. Janken bij de bloemist voor een laatste dikke bos bloemen. Janken bij je kist waar je met dikke blauwe handen jezelf niet lag te zijn. Een stoet van 200 mensen trok voorbij. Oude mensen, kennissen en vrienden van de familie. Jouw vrienden woonden ook zo ver weg.

De volgende dag de crematie. Allemaal netjes verzorgd. Koffie en krentewegge. En tissues. Je broer hield een toespraak. Over tekortschieten. Over het grote NIET ZIEN. Niet gezien. Zo ging jij door het leven. Je voelde je niet gezien en dat klopte ook wel. Je voelde je anders, je hoorde er niet bij en je paste er niet bij. Ik denk dat het deze frustratie was die de wortels vormden van het monster. Steeds weer kwam er voeding en groeide de beesten Afwijzing, Eenzaamheid, en Het Grote Falen. Het nestelde zich in je hersenen, waar het als zwarte pek alles neerdrukte en zo je denken richting gaf.

 

Dat grote falen probeert zich nu in mij te nestelen. Ik faalde om jou te helpen. Ik schoot tekort. Wij schoten allen tekort. De vertwijfeling zoekt en vindt redenen om schuldig te zijn. Ik/wij hadden beter kunnen opletten. Jou vaker kunnen vragen hoe het was. Doorvragen hoe het met je was. Toleranter zijn voor je problemen. Actiever ruimte bieden voor het delen van je ellende en je gevoelens simpelweg erkennen.
Had het geholpen? Misschien. Maar had het ook de uitkomst kunnen veranderen? Waarschijnlijk niet. Je was ziek. En ook mentale ziektes praat je niet even uit iemands hoofd. Net zoals je kanker niet kunt ‘wegdenken’, zo is ook een diepe depressie niet uit te schakelen met een uit-huil-schouder.

Nu zijn de ceremonies voorbij. De dienst is afgelopen. Telefoonnummers zijn uitgewisseld. Foto’s worden rondgestuurd. Wij hebben een stukje van jouw depressie op ons bord gekregen. Ik voel die zwarte pek weer in mijn hoofd, iedere keer als mijn gedachten langs jou gaan. En het zingt rond: ‘Waarom, waarom’. In de brief die je me naliet vond ik uitleg, maar geen antwoord. Waarom? Omdat je depressief was en geen uitweg meer zag. Waarom? Omdat je hersenen je voor de gek hielden en je lieten denken dat je niet goed genoeg was. Waarom? Omdat die hersenen vergaten hoe je serotonine aanmaakt. Waarom? Omdat mensen nu eenmaal ziek worden, en depressie één van de dodelijkste ziektes is.

Ik mis je Hilde.

 

 

You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply