Esmeralda Tijhoff

Some thoughts on History, Politics, and the Art of Living

Doing Family met Tanny Dobbelaar

Tijdens het seminar ‘Representing Family History‘ gaf Tanny Dobbelaar een workshop onder de titel Doing Family. Daar kwamen een paar interessante punten boven tafel die ik jullie natuurlijk niet wil onthouden. Dobbelaar liet de bezoekers nadenken hoe zij zich verhouden tot het idee ‘familie’. Welke concepten en termen gebruik je intuïtief om te praten over je eigen familie? Inherent hieraan kwam naar boven hoe sterk de persoonlijke relatie met het idee ‘eigen familie’, contrasteert met de zakelijke en de gedepersonaliseerde houding die wetenschappers aannemen bij het denken over ‘familie’. Academische theorie en persoonlijke praktijk blijken twee verschillende idiomen te hebben.

Filosofie ontmoet Geschiedschrijving

Tanny DobbelaarDobbelaar heeft een eigen bedrijf waarvoor zij onder andere mensen begeleid bij het schrijven van non-fictie stukken, onder andere familieverhalen. Zij publiceerde in 2011 het boek Familieverhalen waarin ze de kunst van het schrijven over je naasten bestudeerde. Vanuit haar praktijk heeft Dobbelaar veel ervaring op het gebied van Doing Family, genealogie en Oral History. Van huis uit is Dobbelaar filosoof, een verwant vakgebied dat toch merkbaar andere processen en jargon met zich meebrengt dan de reguliere studie Geschiedenis. Beide vakgebieden hebben grote meerwaarde voor elkaar, wat ik zelf ook ondervond bij het toepassen van de (filosofisch ingerichte) Genderstudies in mijn geschiedkundig onderzoek. De filosofische bril van Dobbelaar maakt dat zij haar historisch onderzoek van een sterke conceptualisering voorziet waardoor het geheel naar een hoger plan getild wordt. De workshop die zij ons aanbood illustreerde dit prachtig. Want een traditioneel geschoolde geschiedkundige had een workshop over familie waarschijnlijk ingericht met de focus op het reconstrueren van de genealogische banden. Maar Tanny Dobbelaar beziet ‘Doing Family’ vanuit een meta-perspectief en laat de bezoekers reflecteren op de onbewuste concepten in hun eigen raamwerk.

Doing Family

Tijdens de workshop kwamen verschillende interpretaties en definities van het begrip familiegeschiedenis voorbij. De meest correcte daarvan vond ik de omschrijving die niet het generieke benadrukte, maar het bijzondere. Want familieverhalen groeperen zich rondom de mensen die bijzonder en kleurrijk waren in de geschiedenis, bijvoorbeeld opvallende kunstenaars of politici, roemruchte moordenaars of zeerovers. Over de grijze muizen worden geen boeken vol geschreven. Of zoals ik het tijdens de workshop noteerde in mijn notities:

Familyhistories are the stories of contrast and struggle whereby the ‘normal’ is overlooked and taken for granted. We look for ‘special people’ and ‘special moments’.

Op zich geldt deze omschrijving natuurlijk al snel voor álle geschiedverhalen. Geschiedenis beperkt zich al snel tot verhalen over Grote en Bijzondere Witte Mannen, de zogenoemde geniën. Er wordt meer (amateur)onderzoek naar oorlogen gedaan dan naar de geschiedenis van het dagelijks leven. En dan nog, wiens dagelijks leven vinden we de moeite waard te onderzoeken? Deze valkuil van geschiedschrijving ligt aan de basis van de grote tekorten aan onderzoek naar bijvoorbeeld vrouwen, arbeiders en etnische minderheden.

Tanny Dobbelaar

Wij en Zij

Bij het nadenken over familie komt ook een sterke drang tot ‘othering’ aan het licht. Wie hoort er wel bij de familie en wie niet? Reken jij jezelf tot die familie of beschouw je jezelf als buitenstaander? Ben jij onderdeel van het systeem of juist expliciet niet en zet je je af tegen deze mensen die aan jou verwant zijn volgens de nationale instituties? Deze vragen liggen aan de basis van het onderscheid tussen genealogische banden en transpersonele banden; het ideaal een leven te delen. Instituties gebruiken de genealogische, biologische verbindingen om te bepalen wie juridisch gezien familie is en wie niet. Aan deze institutionele invulling van familie hangt het culturele ideaal van de hechte familiekring. Dit idee van een ‘warm nest’ dat overeenstemt met de genealogische lijn levert ook pijn en teleurstellingen op omdat het simpelweg een onbereikbaar ideaal blijkt te zijn. Maar ‘familie’ kan ook de term zijn dat refereert naar de groep mensen met wie je je verbonden voelt, waar je jezelf toe rekent en met wie je daadwerkelijk (tijdelijk) een leven deelt. Zo bezien kan familie de groep zijn met wie je bijvoorbeeld samen leeft zoals een dorp of een street gang. Deze invulling van familie is niet in eerste plaats gebaseerd op geboorte en genen, maar op een gevoel van saamhorigheid. Maar ook deze ‘familie’ is een plek van teleurstelling en pijn door het mislukkende ideaal één leven te delen. Het grootse ideaal van liefde, loyaliteit en continuïteit houdt weinig stand in de realiteit van de vuiligheid van mensen en het leven. Trouwens, we geven niet alle transpersonele banden het etiketje familie mee. Wat je wel en niet als familie mee kan laten tellen, hangt immers ook af van de cultureel geaccepteerde concepten en relaties.

Art from Claudia-Rogge.

Kritiek op de huidige familiegeschiedenissen

In mijn eigen onderzoek naar de familie Boissevain liep ik tegen een hele riks van praktische problemen op met het archief. De archieven volgende de genealogische lijn, en door deze nauwe definitie van familie word de vorming van het familiearchief enorm beperkt. Deze manier van werken heeft in de afgelopen geschiedschrijving al grote gaten geslagen in biografieën en familie biografieën. En ze is geheel toe te schrijven aan het westers concept van familie. Een groot gebrek is natuurlijk het strakke volgen van de patriarchale bloedlijn. Familiegeschiedenis is bijna altijd genealogisch geïnspireerd, waarbij onderzoekers zich in hun publicaties beperken tot de mensen die de zelfde achternaam dragen. En deze naam wordt enkel door mannelijke familieleden doorgegeven, waardoor de vrouwelijke lijnen al snel buiten de familieverhalen vallen. Bovendien vallen mensen die geen nageslacht hebben voortgebracht als verliezers van de boom. En over de aangenomen kinderen hoor ik niets in de archieven. Zowel An Boissevain als Mia Boissevain hadden kinderen in huis genomen. Maar deze kinderen waren dan wel gevoelsmatig familie van An en Mia, uiteindelijk vielen zij buiten de archieven en stambomen. En ook vanuit het mannelijk perspectief loopt het scheef. Als je een stamboom opstelt, wie vul je dan bijvoorbeeld in bij het hokje ‘vader’: de man die een kind vanaf zijn eerste levensjaar heeft opgevoed en ondersteund, of de donor/verwekker van dat kind? In de praktijk wordt dus de emotionele kant van familie door de rigide structuren van de genealogie buiten beeld gedrukt.

Discussies tijdens de workshop

En er zijn nog meer bezwaren aan te tekenen voor het samenvallen van familiegeschiedenis met genealogie. De belangrijkste lijkt mij toch te zijn dat deze benadering geen ruimte laat voor transpersonele banden en ervaringen. De belangrijkste mensen in je leven hoeven immers niet je bloedverwanten te zijn. Toch zijn archieven en dientengevolge biografieën gefocust op genealogische verwantschap. Derhalve is één van mijn frustraties binnen mijn onderzoek naar Elisabeth Boissevain dat ik van haar grootste vriendin Sylvine Lefébure vrijwel niets kan vinden, terwijl deze vrouw een beslissende invloed heeft gehad in haar leven. Zij is niet opgenomen in Elisabeths archief omdat zij geen Boissevain was. Over de levenslange vriendschappen en samenlevingsverbanden wordt vanuit de instituties immers niets bijgehouden.

De gevolgen van de genealogische benadering is dat je je eigen unieke familie connecties moet zien in te passen in bestaande systemen van bloedverwantschap. Softwareprogrammas zoals MyHeritage die de genealogie in kaart brengen, gaan uit van het kerngezin en geven geen ruimte voor de vele daadwerkelijke familiestructuren die mensen op hebben gebouwd en die altijd aan verandering onderhevig zijn. Bovendien laat deze aanpak de culturele diversiteit van ‘familie’ geheel links liggen. Sterker nog, dergelijk genealogische aanpakken maken van familiegeschiedenissen een gefabriceerd en geforceerd verhaal. Als ik mijn onderzoek had laten vertrekken vanuit dergelijke stambomen, dan zouden een hoop belangrijke personages onzichtbaar zijn gebleven. En familiebanden kunnen er heel anders uit zien dan het westerse idee van de mannelijke lijn. Dat bleek dan ook uit de vele waardevolle opmerkingen en aanwijzingen die het internationale publiek dat af was gekomen op de workshop aandroeg. Wat als het dorp als eenheid de geschiedenis van voorouders cultiveert, en niet de afzonderlijke individuen? Wat als er geen achternamen worden doorgegeven, maar elke generatie een eigen achternaam heeft? Wat als je geadopteerd bent?

 

Momenteel is het genealogische model nog dominant, en staan onderzoekers voor de uitdaging een antwoord te vinden op de tekortkomingen van deze opzet voor familieonderzoek. Zij zullen een manier moeten vinden om een andere ervaringen, emoties, en betekenissen van familie die door de genealogische aanpak buiten de boot vallen een plek te geven en recht te doen. De afsluitende gedachte van de workshop benadrukte dan ook dat we ons niet moeten laten verleiden tot de dominante, recht toe recht aan manier van de genealogie.

Try to explore what family can be, look for alternatives. Don’t let your view be imprisoned!

 

You can leave a response, or trackback from your own site.

One Response to “Doing Family met Tanny Dobbelaar”

  1. […] Tijhoff beschreef haar impressie  van deze […]

Leave a Reply