Esmeralda Tijhoff

Some thoughts on History, Politics, and the Art of Living

Archieven: hoe niet om te gaan met bronnen

Met schrik in het hart las ik het epiloog in de biografie over Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk. Op pagina 493 waarschuwt auteur Elisabeth Leijnse voor de ramp die staat te gebeuren. Eduard Reeser had van de erven van Alphons Diepenbrock diens archief in bruikleen gekregen. Thea Diepenbrock, de dochter van Alphons, had Reeser zelfs de dagboeken van haar moeder Elsa in handen gegeven. De ramp kondigt zich aan met de zin: ‘Bijzonder respectvol is Reeser met dit materiaal niet omgegaan.’ Wat had Reeser het archief aangedaan om deze kwalificatie te verdienen?

Eduard Reeser portret

Hendrik Eduard Reeser was een musicoloog die het tot hoogleraar in de muziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht zou schoppen. Hij was gefascineerd door de muziek van Alphons Diepenbrock. Op vierentwintig jarige leeftijd klopte hij al aan bij de weduwe Elsa Diepenbrock geboren de Jong van Beek en Donk om de nalatenschap van Alphons tot een wetenschappelijke publicatie te verwerken. [Leijnse; 452] Reeser kreeg alle hulp van de Diepenbrock-leden, maar echt doordringen tot het wezen van Alphons zou hem volgens hen nooit zijn gelukt. Reeser maakte van Diepenbrock zijn levenswerk en hij produceerde tussen 1962 en 1998 tien dikke boeken met documenten en brieven van en aan Alphons Diepenbrock.

Deze boeken staan al een tijdje naast mijn bureau, aangezien Heleen Boissevain, één van de zusters uit mijn onderzoek,  van Alphons les had gekregen in het klassieke Grieks. Bovendien had ze met de beste vriend van Alphons, Gijs van Tienhoven, een intensieve en intieme correspondentie aangeknoopt. Alphons had zich in deze verhouding gemengd en zo zijn er meerdere sporen van Heleen terug te vinden in zijn brieven aan en van Gijs, en in de dagboekaantekeningen van Elsa.

Het zijn deze laatste dagboekaantekeningen die het leidend voorwerp waren geweest van Reeser. Elisabeth Leijnse:  ‘Hij [Reeser] gaf voor zijn secretaresse met een rood schilderspotlood aan welke passages ze moest uittikken: “Tot hier”, “Vanaf hier”. Soms voegde hij data toe. De meeste passages – over de kinderen, het huiselijk leven, soms Elsa’s eigen gevoelens – schrapte hij met een diagonale streep.’ [Leijnse; 493]

Als historica moest ik hier even van slikken. Bij het omslaan van de bladzijde maakte verdriet plaats voor diepe, diepe verontwaardiging en boosheid. Daar stond een scan van een bladzijde uit het dagboek. Originele primaire bronnen, banaal aangevallen met rode strepen. Gemutileerd. Wat dacht die Reeser wel! Zó om te gaan met iemands dagboek, hem in vertrouwen gegeven!

En in één streep Diepenbrock te reduceren tot wat hij als ‘publiek’ en  ‘maatschappelijk relevant’ achtte! Niet denken aan andere onderzoekers of de nakomelingen die de boeken zelf nog zouden willen lezen. Welke onverlaat gaat er nu in primaire bronnen zitten krassen! We zijn de 19de eeuw toch voorbij? Het vakgebied is toch geprofessionaliseerd? Had Reeser dan helemaal niets meegekregen van de historische methode en van de resultaten uit vrouwenstudies om privé en publiek niet meer als gescheiden werelden te presenteren?

Hierbij dus nogmaals een algemene oproep om documenten van voorouders niet in de open haard te gooien, om brieven die over het huiselijke leven gaan niet weg te gooien met het idee dat het ‘onzin’, ‘futiliteiten’, of in het algemeen oninteressant is voor het nageslacht. Wat van waarde is wordt niet bepaald door de mensen nu, maar door de mensen die na ons komen.

En aan al de onderzoekers die nog komen gaan: toon respect voor je bronnen!

Een door Eduard Reeser bewerkte dagboekbladzijde

 

 

Elisabeth Leijnse, Cécile en Elsa, strijdbare freules. Een biografie, De Geus; 2015.

ISBN 978 90 445 3482 5

Met dit boek won Leijnse de Biografieprijs van 2016. Dit is een tweejaarlijkse literaire prijs die wordt toegekend aan de beste Nederlandstalige biografie die in twee voorafgaande jaren bij een Nederlandse of Vlaamse uitgeverij is verschenen. Het boek is zeker een aanrader.

 

 

 

You can leave a response, or trackback from your own site.

One Response to “Archieven: hoe niet om te gaan met bronnen”

  1. […] schreef van twee strijdbare zussen, Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk. Zie ook deze blog over dit boek. Maar ook de theoretisch goed onderlegde en zéér gewaardeerde historicus Thomas […]

Leave a Reply